De schatkist

Vannacht droomde ik dat er een seriemoordenaar los liep in Nederland.
Hij had een kennis van mij vermoord en in de woonkamer gelegd, op mijn witte ronde eettafel. Het was een kleine kennis, hij paste er precies op. Alleen zijn voeten staken nog over de rand.

Er was iets vreemd aan het lijk, dus ik kroop dichterbij.

De moordenaar leek, in al zijn verschrikkelijkheid, het lichaam van alle oorspronkelijke vulling te hebben ontdaan. Op mijn eettafel lag alleen een schil. Vormeloos, als een weekendtas.

Rondom de navel had de moordenaar een keurig lapje vel uitgesneden. Ik tilde het voorzichtig op en stak mijn hand in de buik.

Het lichaam van mijn kennis was van top tot teen gevuld met Albert Heijn mini’s, alsof het een grabbelton was. Alle soorten waren er, zelfs het gebraden kippetje en het Heinz knijpflesje.

[singlepic id=94 w=320 h=240 float=]

Ik zette de televisie aan en kwam erachter dat de moordenaar meer slachtoffers had gemaakt: overal in het land waren gevulde lichamen gevonden, stuk voor stuk tjokvol mini’s.

De man van de Albert Heijn-reclames zat bij Pauw & Witteman en verklaarde vol tranen hoe verschrikkelijk het allemaal was. Hij liet weten dat Albert Heijn de mini’s per direct van de markt zou halen.

Pauw vroeg: ‘maar bent u dan niet bang dat de moordenaar in plaats van mini’s gewoon iets anders gebruikt? Het EK begint weer bijna. Wuppies, wellicht?’.

Witteman vroeg: ‘hoe heeft iemand in godsnaam aan zoveel mini’s kunnen komen?’.