IJsschots

Vannacht droomde ik dat ik een ijsschots versleepte, van de Noordpool naar Madagascar. In een piepklein bootje. Zelfs in mijn droom was het een lange reis.

Toen mijn drinkwater opraakte, besloot ik om vissen te vangen en hun ogen te eten voor zoet water, zodat de ijsschots heel kon blijven.
Bovendien kon ik er niet bij, want ik had de ijsschots voorzichtig ingepakt met een zeer wetenschappelijk materiaal voor tegen het smelten.

Mijn ijsschots en ik stonden op het punt om alle waterproblemen in Africa op te lossen. De zon ging bijna onder.

Opeens schoot mijn bootje vooruit, alsof het niets woog. Ik keek over mijn schouders en zag dat Somalische piraten me hadden bekropen en de lijn, waarmee ik de ijsschots trok, hadden doorgesneden. Aan piraten had ik niet gedacht.

Ik riep verontwaardigd dat we aan dezelfde kant stonden.

Ze begonnen hard te lachen.

Ik vroeg wat ze met de ijsschots gingen doen.

Het bleef even stil. Ze moesten overleggen.
Toen riep de piratenleider dat ik me daar geen zorgen over hoefde te maken.

Ik overwoog om de piraten nog achterna te gaan, maar twijfelde te lang en werd wakker.