Oesters van Altamare

Als eigenaar van een wat wankele onderneming, waarin merkwaardig genoeg veel geld en zo nu en dan een klontje goud omgaat, moet ik niet alleen veel reizen, maar ook vaak mensen op dure etentjes trakteren. Vanavond probeer ik een programmeur te paaien. De programmeur heeft iemand bij zich waarvan ik niet helemaal weet wat hij doet, maar hij stelt zich voor als de manager. Wie hij ook is: hij maakt treffende opmerkingen en kijkt vaak schichtig om zich heen. Vanavond zijn mijn klanten joods, dat is in mijn tak doorgaans het geval.

We zitten, op mijn uitnodiging in het beste seafood restaurant van Miami: Altamare. Gelukkig behoort in Florida seafood niet tot de categorie treife. Dat is begrijpelijk: er is teveel seafood en er zijn minstens net zoveel joden.

Natuurlijk bestel ik ons oesters, heel veel oesters. Het zijn de kleinste, maar verreweg de beste oesters die ik ooit heb gegeten, met mierikswortel en een champagne-vinaigrette.

‘Ze zijn zo romig!’ roept de manager van de programmeur uit. Even vergeet hij om schichtig om zich heen te kijken. ‘Het zijn de beste oesters die ik ooit heb gegeten!’. De programmeur, waarvan ik weet dat hij een koksmes bezit dat bijna duizend euro kost, corrigeert hem stilletjes: ‘ik vind ze nou juist zijdezacht’. In een poging om tussenbeide te komen noem ik de oesters ‘fluffy’, alsof het roereieren zijn.

Tussen de gangen door blijven we maar oesters bestellen. We weten alledrie dat we morgen ziek zullen zijn en nemen het vol overgave voor lief.

[singlepic id=99 w=320 h=240 float=]

De programmeur en zijn manager bespreken het feit dat ik niet joods ben, maar blijken relatief vergevingsgezind:

‘Het is nooit te laat om je te besnijden’, overweegt de programmeur vriendelijk.

De manager kijkt me peinzend aan. Hij heeft een beter idee.

‘Misschien moeten we van het stukje voorhuid dat dan overblijft een propje maken en het onder de huid van je neus stoppen, om er een goeie gok van te maken’.

Hij leegt de laatste oester en krijgt meteen een beter idee.

‘Is het niet een beter idee om dat stukje voorhuid te gebruiken om het gat in je hand mee te dichten?’

Alledrie moeten we hard lachen. Ik maak van de gelegenheid gebruik om zijn opmerking op mijn servet te schrijven. Maar de manager ziet alles:

‘En denk maar niet dat je dit verhaal kan gebruiken omdat je voor het eten betaalt.’