De loodgieter

Er zat een geluid in mijn slaapkamer. Het zat er al sinds ik er kwam wonen, jaren geleden, maar ik dacht altijd dat het in mijn eigen hoofd zat. Het was een lage zoom, een resonantie van het een of ander. Alsof een of andere gek zijn stofzuiger tussen de muren had laten liggen.

Toen er een keer een loodgieter in mijn kamer aan het werk was om een cv te installeren, vroeg hij me of ik niet gek werd van het geluid. Ik reageerde verbaasd en zei dat ik het niet kon horen.

Maar sinds de loodgieter weg was, hoorde ik het geluid harder dan ooit tevoren.

Eerst ging ik naar de bovenbuurman, die heel lief, maar ook scheel is en zo ontzettend stottert, dat niemand in het trappenhuis met hem wil praten omdat het een eeuw duurt. Vanwege het stotteren had ik voldoende tijd om te luisteren, maar er was niets te horen.

Daarna ging ik naar de kapper beneden, waar de meisjes weer gewoon tark-broeken dragen. Ik legde mijn oor tegen alle spiegels en liet flinke vetvlekken achter, want mijn eigen kapper adviseert me altijd om mijn haar nooit te wassen.

Ook bij de kapper: geen geluid.

Ik ben bij iedereen in de huizen om mij heen geweest. Ik vroeg: ‘mag ik even bij u komen luisteren?’ en ging in hun slaapkamers staan. In geen van de kamers hoorde ik iets, dus ik verlengde mijn oren met mijn handen, als een olifant, en hoorde nog steeds niets.

Weken gingen voorbij. Het geluid maakte me gek. Sommige nachten viel ik uit wanhoop op de bank in de woonkamer in slaap.

Maar gisteren stond de loodgieter onverwachts voor de deur om een kopje koffie te drinken.

We waren namelijk bevriend geraakt, hij had een nieuw chipje voor in zijn computer gekocht dat hij me wilde laten zien. Ik liet ik hem het houtwerk in mijn slaapkamer zien, dat vakkundig geschilderd was.

Hij keek even naar de kozijnen en dacht na. Zijn gezicht klaarde op.

‘verdomd, je bent van dat rotgeluid af!’

Ik luisterde. Het geluid was weg. En sindsdien is het niet meer teruggekomen.