Aan de hand

‘Er is iets met me aan de hand’

zei de man met wie niets aan de hand was. Hij ging aan het tafeltje van zijn favoriete café zitten en had net zijn favoriete espresso besteld. Het was het café waar hij al jaren kwam.

De eigenaar zette de espressomachine aan, keek geschrokken en vroeg hem wat er was.

‘Ja. Ik weet het niet. Maar ik weet het zeker: er is iets met me aan de hand’.

‘Ben je ziek?’

‘Nee, of nou, ja. Misschien’.

‘Geen griep ofzo’.

‘Nee, niet zo. Ik heb het gevoel dat ik iets verschrikkelijks heb gedaan. Waarschijnlijk heb ik helemaal niet iets verschrikkelijks heb gedaan, maar in dat geval heb ik iets verschrikkelijks, wat ik had moeten doen, niet gedaan. En dat voelt erger’.

De eigenaar bracht hem de koffie. Hij was vergeten er suiker bij te doen, zoals altijd.

‘Vanochtend werd ik wakker, het gevoel is niet weggegaan. Ik heb iets nagelaten te doen’.

De eigenaar stak een sigaret op. Hij begon zich zorgen te maken. Normaal begreep hij zijn vaste klant altijd.

‘Misschien moet je het maar vergeten. Je kan er nu toch niets meer aan doen’.

De man, met wie niets aan de hand was, was het daar niet mee eens. Hij nam een slokje van zijn koffie en dacht even na. Toen stond hij op, ritste zijn jas dicht en begon op de eigenaar in te stompen tot hij niet meer bewoog. De eigenaar was zo verbaasd dat hij vergat zich te verzetten.

Binnen een paar minuten stond de man buiten. Hij ritste zijn jas weer open, had geen jas aan hoeven doen. Maar er was nog iets, er klopte iets niet.

Er was iets met hem aan de hand.