Europeaan

De mooiste plekken van Europa liggen misschien wel in Griekenland. Toch, net als aan de rest van Europa, heb ik ook een hekel aan Griekenland.

Alle dingen waar ik een hekel aan heb. De argumenten komen vanzelf wel aanwaaien. Ik formuleer ze, en de argumenten formuleren mijn persoonlijkheid. Waar ik zelf eigenlijk steeds minder over te spreken ben, mijn persoonlijkheid.

De vriendin, met wie ik nu in Griekenland ben, probeert Europa te verdedigen tegen mijn afkeer. Ze drinkt meer ouzo dan ik en staart naar de zee. Door te zwijgen sommeert ze me om te genieten. Ze heeft het hier geweldig. Tussen ons op tafel ligt een flinke citroen en een takje tijm. Toen ze net een wandeling maakte, struikelde ze over het takje tijm en er viel een citroen op haar hoofd. Het zijn haar trofeeën. Voor ons, op het strand, liggen honden met schurft-plekken in de vormen van eilanden waar ik nog niet ben geweest. Ze vraagt of ik een foto van haar en haar trofeeën maak, voor op Facebook. Ik pak haar camera en zet de focus met een zucht terug, van automatisch op manueel. Ik ben niet onder de indruk van haar trofeeën en jaloers dat ze zo zorgeloos een stomme foto op Facebook durft te plaatsen. Ze zegt dat ik minder zou moeten mediteren, en meer aan Mindfulness zou moeten doen, maar ik weet niet wat dat betekent.

Ik ken twee Grieken, ik heb ze ontmoet toen ik in Engeland studeerde. De eerste Griek kwam zijn kamer nauwelijks uit omdat hij liever computerspelletjes wilde spelen. Na een half jaar kreeg hij een vriendin, en vanaf dat moment kwam hij zijn kamer nooit meer uit omdat hij liever met haar wilde spelen.
De tweede Griek woonde naast me, op de zestiende verdieping van een flat in Bristol. Hij kon goed gitaar spelen. Deze Griek raakte verslaafd aan heroïne en kwam steeds vaker aan mijn deur om geld te lenen. Op een gegeven moment deed ik hem niet meer open. Ik hoorde hem elke avond elektrische gitaar spelen, het klonk elke week een beetje wranger. Op een dag was hij weg. Niemand wist waar hij was, en niemand zocht naar hem. Ik denk dat hij terug naar Griekenland is gegaan.
In Bristol had ik ook een vriend uit India. Hij sprong van een brug in Swansea omdat hij niet meer wilde leven. Ik ben toen naar Varanasi gegaan, waar zijn ouders wonen, om ze te condoleren. Ze lieten me niet binnen alsof ik hem zelf geduwd had.

Sindsdien hou ik eigenlijk ook niet meer van India. En misschien heb ik zelfs nog een grotere hekel aan Engeland gekregen. Hoe ouder ik word, hoe kleiner ik mijn wereld maak. Griekenland is niet meer voor mij.

In een slechte poging om mijn wereld kleiner te maken, vond ik mijzelf laatst op een terras in Kuala Lumpur met mijn vriend Wan-Nian, een wijs mannetje. Met hem en zijn vrienden, allemaal gepensioneerde hindoes uit Kerala, dronk ik weleens bier in Brickfields. Wan-Nian was Chinees, hij had de bijpassende baard. Wan-Nian zei als enige niet na elke zin ‘lah’. In plaats daarvan herhaalde hij om de haverklap dat niemand begrijpt hoe de zaken nou werkelijk in elkaar steken en werd om die reden ‘de professor’ genoemd.

We zaten naast een bordeel die avond, bij een Chinees waar meerval op de kaart stond. De hindoes uit Kerala zaten weer eens op te scheppen over Kerala. Het wijze mannetje, die het minst dronk van iedereen, kon dat niet uitstaan en noemde ze Europeanen.

Op dat moment liep er een jongen langs met een t-shirt aan waarop een groot hakenkruis stond in rood, wit en zwart. Het gaf geen licht in het donker. De jongen liep het bordeel in, hij was onderdeel van een vriendengroep.

Ik keek hoe ze naar binnen stommelden. Binnen een paar minuten zouden ze weer buiten staan. Wan-Nian zag dat ik glazig naar het bordeel staarde. Hij pakte de literfles bier die we deelden en schonk me bij. Hij mompelde dat ik ook een Europeaan was. Ik vroeg hem wat hij daarmee bedoelde. Wan Nian schonk me nogmaals bij, al had ik nog geen slok genomen, en keek me aan.

‘Volstrekt geobsedeerd door je eigen geschiedenis’.